dinsdag 8 januari 2008

Afrika

Afrika is lang beschouwd als een verloren continent, dat nog steeds niet in staat is gebleken om een ontwikkeling te doormaken zoals de Aziatische tijgers dat hebben gedaan, beschouwd als een achtergebleven gebied geteisterd door hongersnoden, oorlogen en besmettelijke ziekten als malaria en AIDS. Een continent dat hulp behoeft, waar we mensen en goederen heen sturen om goed te doen - terwijl we tegelijkertijd hun markt en zelfredzaamheid verpesten door het dumpen van gesubsidieerde landbouwproducten en hun authoriteit verminken door aan voorwaarden gebonden subsidies gevolgd door saneringen aan hen op te leggen.

Waar haalt de Wereldbank het vandaan dat zij kan besluiten wat goed is voor een land. Heeft zij contact met de burgers? Is zij van het land doordrenkt, er van kindsafaan in opgegroeid en kent het de mores en gebruiken, de wensen en dromen van de bevolking? Is zij democratisch gekozen en aangesteld om het land te besturen? Waar haalt zij dan het lef vandaan om een land voor te schrijven wat goed is. Dat er bijv. een stuwdam moet worden aangelegd. Een stuwdam waarin we in onze westerse wereld niet zouden durven denken, waarvoor mensen moeten wijken, waar de natuur ten onder gaat in een troosteloze watervlakte.

Waar halen we het idee vandaan dat het nodig is om hen eten te geven om hen eenmalig te voeden? In plaats dat we de oorzaak aanpakken en stoppen de oorlogen te voeden met wapens, want dat is wat er nu gebeurt! Hebben zij genetisch gemanipuleerde gewassen nodig om zichzelf te redden? Nee. Westerse bedrijven praten hen dit aan, om hen afhankelijk te maken van ons en de manier waarop wij hun prijsstelstel ondermijnen zodat geen gezond systeem tot stand kan kopen, die stoppen we niet.

Laten we alsjeblieft ook niet allerlei geld geven onder dwingende voorwaarden. Laat hun het lekker zelf uitzoeken. Corrupte regimes krijgen niets, en landen die het beste met hun burgers voorhebben worden vertrouwd en krijgen de verantwoordelijkheid om zelf te bepalen waaraan dit geld wordt besteed. Of nog beter, geef geen geld, maar studiebeurzen of andere mogelijkheden voor het land om zich te ontplooien. In ieder geval, luister naar hen in plaats van hen voor te schrijven wat er moet gebeuren.

En geef het goede voorbeeld door de armoede binnen het eigen land aan te pakken. Want als we daar klagen over een corrupt regime dat de gelden niet eerlijk verdeeld, wat doen wij hier dan met de directeuren met topsalarissen in hun grachtenpanden, terwijl om de hoek zwervers over straat banjeren en prostituees noodgedwongen hun lichaam verkopen en hun intimiteit opgeven. Terwijl aan de andere kant van de wereld mensen sterven omdat ze niets hebben. Hebben wij het recht om een ander iets kwalijk te nemen terwijl wij zwelgen in het geld? Terwijl wij allerlei welvaartsziektes oplopen zoals obesitas, ADHD, dyslexie, vermoeidheidssyndroom, omdat wij teveel hebben, teveel eten, teveel willen, teveel eisen en te weinig tijd geven aan elkaar en te weinig tijd nemen om even niets te willen.

Afrika staat een grote groeispurt te wachten. Het continent is rijk aan grondstoffen, die sterk in prijs zullen toenemen als gevolg van de toenemende vraag en consumptie wereldwijd, op de goede weg, van oorlogen af naar goed bestuur, naar onderwijs voor iedereen, naar betaalbare ontwikkeling dankzij Indiase en Chinese investeringen en ingenieurs. Natuurlijk zullen er brandhaarden zijn, en oorlogen. Maar er zijn ook lichtpunten. Neem bijvoorbeeld Ghana, Botswana, Kenia en natuurlijk Zuid-Afrika. Landen waaronder goed bestuur wordt toegewerkt naar daadwerkelijke ontwikkeling, door leiders die kracht vertonen en onderwijs voorop durven te stellen, door mensen van onderaf de ruimte te geven voor zelfontplooiing. Voor Afrika ligt er een gouden toekomst.

Een aantal mogelijke doelen

Doelen:

- einde aan kindersterfte
- einde aan AIDS
- einde aan absolute armoede
- einde aan geweld
- vrijheid van meningsuiting
- uitbreiding van kennis
- verkenning menselijk kunnen
- zorgen voor elkaar

Doelen

Wat deze maatschappij nodig heeft zijn doelen. Doelen in de grote zin van het woord. Doelen die de kleingeestigheid en het werken voor een mooie auto, huis, vakantie, geld naar de achtergrond drukken. Want geld, auto en huis maken uiteindelijk niet gelukkig. Wat gelukkig maakt is samen werken aan de toekomst. Zoals na de Tweede Wereldoorlog: de mensen waren arm maar rijk, in die zin dat ze van de Duitsers waren bevrijd, niets hadden maar konden werken aan een toekomst. Waren het zware tijden? Ongetwijfeld. Maar was er een gemeenschappelijke drift, een streven naar vooruitgang, en een gevoel van bevrijding? Zeker weten.

Zoals men toen aan de wederopbouw werkte, eensgezind opbouwend wat vernietigd geworden was, zo zouden wij ook kunnen en naar mijn mening zelfs moeten werken aan een nieuwe toekomst. Een toekomst met daarin doelen als The Millenium Goals:

Het opheffen van armoede. Daarmee bedoel ik absolute armoede, mensen die geen dak boven hun hoofd, geen eten op tafel, geen drinkwatervoorziening, geen kleren hebben. Het is toch schandalig dat wij hier met al onze rijkdom voor 50 euro uit eten gaan, terwijl aan de andere kant van de wereld een gezin daar met gemak een maand op kan teren, dat geld zelfs nodig heeft voor de eerste levensbehoeften, daar gebrek aan heeft. Van den zotte.

Het opleiden van alle kinderen en de ongeletterdheid de wereld uithelpen. Want kennis verschaft daadwerkelijk macht. Kennis geeft de mogelijkheid om kwaad in te zien en te voorkomen. Kennis geeft de mogelijkheid om nieuwe dingen te bouwen, te bouwen aan een betere wereld.

Kennis zou een doel op zichzelf kunnen zijn. Kennis van het menselijk lichaam, tot op het detailniveau van afzonderlijke moleculen en hun interacties toe. Kennis van de materialen, van supergeleiding, van nanotechnologie-bouwkits, van hoe de atomen in elkaar zitten en welke deeltjes erzijn, van hoe de menselijke geest werkt, van hoeveel menselijkheid een dier bezit, van aap tot mug, wat is de vrije wil en in hoeverre zijn we gedetermineerd (het is uitgewezen dat mensen die ervan overtuigd zijn dat alles voor hen bepaald is ongelukkiger zijn dan mensen die dat niet denken: q.e.d.). Noem nog eens tien onderwerpen op terreinen waar ik minder verstand van heb, leg ze vast en probeer die als doel te bereiken in de komende tien of honderd jaar.

Een aansprekend doel zou kunnen zijn: een man op de maan. Een man op Mars. Een man op Pluto. Een kolonie op Mars. Om de uitdaging aan te gaan. Om verder te kijken dan we tot nog toe hebben gedaan. Om ons te ontwikkelen tot verder dan we geweest zijn. Om de uitdaging aan te gaan. Wie durft?

Robot

Een artikel in het NRC maakt een buitengewone indruk op me. De kop is Robot brengt sfeer in een kinderdagverblijf en het gaat over een robot die reactie vertoont op menselijk aanraking. De onderzoekers hebben verschillende dingen geprobeerd: het zwaaien zodra een peuter in zicht kwam werkte niet, want tegen die tijd keek de peuter alweer de andere kant op. Wat wel heel goed werkte en waarmee het opgelegde doel van 10 uur aandacht in 45 sessies van ieder 1 uur werd gehaald, was het gaan giechelen als de peuter een hand op de robothoofd legde.

De onderzoekers zullen erg tevreden zijn. "De fysieke omgang met een kleine robot-met-spiegel-reflex verschilt na een paar weken nauwelijks van de omgang met andere peuters." Ik schrik hiervan. De onderzoeker ziet het als een mooi speelgoed. Maar voor mij is het nep. De kinderen leren leven met een nepmens.

Zij hebben een kunstobject lief. Walgelijk. Wat is de zin hiervan? Dat we straks onze peuters niet meer met andere peuters hoeven op te zadelen, want we hebben een robot? Gezellig is dat. Menselijk contact is waardevol. Laten we dat niet zomaar aan de kant schuiven voor een robot.

Ondertussen doet de robot met bijna menselijke huid het ook aardig. Neem maar van mij aan dat de eerste robots die ingeburgerd raken, seksrobots zullen zijn. Het is net als met het VHS-systeem dat Philips uit de markt heeft gedrukt vanwege de seksfilms. Mannen zijn van nature seksbeluste wezens. Wie nu zichzelf bevredigt achter zijn computerscherm met een filmpje, kan zich straks uitleven op een bewegende, kreunende, misschien zelfs klaarkomende seksbot. Veek beter dan een pop. En wat zal die pop mooi zijn met cupmaatje dubbel-d en een perfect symmetrisch gezicht, ik word nu al bijna geil ervan. Mannen, pff, zwakke wezens zijn we.

Maar goed, het ging over bots en niet over seks. Even naar boven hebben onderzoekers bijna achterhaald hoe de opgetrokken wenkbrauw de spraak ondersteunt. Zomaar een zin: "Zoals de (toekomstige) virtuele docent die op het beeldscherm leerlingen bestraffend aankijkt als zij hun huiswerk niet hebben gemaild." Waar zijn we mee bezig? Vinden we het vanzelfsprekend om ons docentenkorps te vervangen door machines? Zijn we zo diep gezonken dat we onze kinderen niet meer de moeite waard vinden om persoonlijke aandacht te geven? Dat we het menselijk contact en de vader/moederfunctie van de leerkracht verwaarlozen, en hen willen vervangen door een computer? Dat wij als maatschappij geen geld meer steken in het onderwijs, het niveau laten dalen maar het ergste van alles, dat we de opvoeding van onze kinderen verkwanselen om onze eigen carrierebehoeftes na te streven, zonder te bekommeren om het waardevolste wat er is, ons nageslacht, onze soort?

Houden wij nog wel van onze kinderen?

Leven wij later als solisten in een zee van vertroetelende robots, verwend en verwaand als wij zijn, terwijl we onze behoeften laten bevredigen door gemakkelijke en meegaande objecten? Of kiezen we voor het avontuur, voor het onbekende, voor het verrassende, voor het menselijke, voor het soms moeilijke maar oh zo bevredigende met elkaar zijn, met elkaar leven, naar elkaar luisteren, elkaar bestuderend en elkaars behoeften aanvullen? Is dat niet ook heel mooi?

Vergeet al die robots, vergeet ook je computer, praat eens met een *echt* iemand.

Geheime dienst

Tja, zo'n film zet je wel aan het denken. In de film ontspoort een gedeelte van de CIA en aangezien het om een geheime dienst gaat is er niemand die er achterkomt.

Dit is mijns inziens het grote probleem van geheime diensten: er is geen controle. Niets staat de dienst in de weg om compleet uit de hand te lopen en eigen doelen na te streven (zoals iedere ongecontroleerde organisatie gaat doen), om zichzelf te beschermen als hoofddoel in plaats van de bescherming van de bevolking van Nederland. Wie kan dit garanderen? Niemand. Wie kan dit controleren wat er precies allemaal gebeurt? Niemand.

Het resultaat is een totalitair apparaat, dat zijn eigen bestaan verdedigt in plaats van de belangen van de bevolking, op een wijze waarvan je je kunt afvragen of die efficient is (want iedere monopolist neigt naar inefficientie) of zelfs gerechtvaardigd (want de methoden van de AIVD worden niet openbaar gemaakt en kunnen niet worden betwijfeld want een advocaat worden deze methoden onthouden). Het is voor mij de vraag of Nederland met de AIVD niet een veelkoppig monster heeft gemaakt, dat groeit en groeit zonder enige democratische controle.

Werken bij de AIVD geeft macht, geeft informatie over burgers die niet op andere wijze beschikbaar is, geeft privileges die gesloten blijven voor anderen en ook onbekend voor anderen, en, sorry dat ik het woord zo vaak gebruik, dit komt omdat het de kern is van mijn betoog, oncontroleerbaar voor anderen. En macht, dat weten we allemaal, macht corrumpeert. Ongecontroleerde macht wordt uiteindelijk altijd aangewend voor eigen doelen, voor persoonlijke doelen. De AIVD leest deze blog. De AIVD bouwt een database op van de mensen die over de AIVD praten of schrijven. Ik weet het niet, maar het lijkt mij zeer waarschijnlijk dat de AIVD kranten benadert die over hen schrijven en hen uitdrukkelijk benadrukt om dit niet meer te doen. Hoe vrij is onze democratie dan?

Niet dat de politie zoveel beter is. Een agent is bezig met procedures en staat op zijn strepen. Ja, en blust burenruzies en rukt uit bij buitensporig geweld. Maar uiteindelijk reageert de agent alleen adequaat op openbare ondoordachte geweldsplegingen en af en toe krijgt de politie per ongeluk iemand in handen. Een agent is bezig met procedures, met het opstellen van proces verbalen en schrijven van bonnen. Op het punt van handhaving is de politie en in mijn ogen zelfs ons hele rechtssysteem compleet inadequaat.

Uiteraard is dit verhaal uiterst subjectief en compleet gebaseerd op de ervaringen van een persoon, namelijk mijzelf. Ik wil absoluut geen onrecht doen aan al de goudeerlijke, hardwerkende agenten die hun eigen wijk controleren, praten met de mensen en de boel goed geregeld hebben. Ook wil ik geen kwaad spreken over de hardwerkende agent, die in alle opzichten en soms met frustratie zijn rol in onze samenleving vervult. Dat is niet mijn bedoeling. Waar het om gaat is dat de organisatie waarin hij functioneert ineffectief is en daar wil ik hier de vinger op leggen.

Het grootste mankement van de organisatie dat ik wil aanwijzen, is dat deze als een oligarchie wordt geregeerd. Een korps van politiecheffen leidt het apparaat en dit korps zit op zijn plek en blijft daar. Bovendien is het korps teveel versnipperd: ieder heeft zijn eigen koninkrijk. Een politiechef die zijn eigen koninkrijk bestiert zal in 9 van de 10 gevallen behoudend optreden, zodat de continuiteit van zijn organisatie vooropstaat. Dit zal echter niet tot innovatie leiden. Nieuwe ideeen zullen niet worden omarmd, nieuwe opsporingsmethodes komen niet op hun plek. De politie zit verstrikt in de invoering van een landelijk informatiesysteem en heeft zich daarmee afhankelijk gemaakt van een automatiseringsproject, in plaats van proactief zelf aan de slag te gaan met de problemen die er binnen de organisatie zijn en die op voortvarende manier op te lossen. Wat de politie nodig heeft is interimmanagers, vers bloed, inspraak van buitenaf, nieuwe blikken op de organisatie en de daadkracht om uit te proberen of zo'n blik werkt. Kortom een open houding ten opzichte van veranderingen.

Wat de politie nodig heeft, is aansluiting bij de realiteit van de moderne samenleving. Wat de politie nodig heeft, is meer bevoegdheden op het terrein van telefonie, wie heeft welk (mobiel) nummer, meer bevoegdheden op het terrein van identificatie (van wie is deze haar geweest), meer bevoegdheden op het terrein van lokalisatie (wie bevindt zich waar). En behalve deze bevoegdheden, een uitgebreide controle op het gebruik en mogelijk misbruik van deze bevoegdheden. Met consequenties die worden nageleefd. Wie niet deugt, die hoort niet in de politie, klaar uit.

De politie loopt achter en onze staat is het sluitstuk van de moderniteit in plaats van de beginpost. Onze politie is niet in staat om misdaden op te lossen, niet gericht erop, functioneert bureaucratisch en ineffectief in plaats van opportuun, avontuurlijk en bovenal, democratisch gecontroleerd.

Wat de politie nodig heeft, is een lab, een platform van experts, specialisatie in alle richtingen, cursussen met verdiepingsonderzoek, een beter beeld van wie zich waar bevindt in onze samenleving met alle mogelijke beschermingen om deze niet voor eigen persoonlijke doelen te misbruiken, en het geloof in eigen kunnen en vertrouwen in de eigen organisatie. De mentaliteit is er niet. Zodra een agent een van 9 tot 5 baan nastreeft, zodra hij staat te lanterfanten in het station in plaats van door het gebouw of door de stad te kruisen en de boel in de gaten te houden, of nog erger, zodra de agent op het bureau rondhangt en zijn papieren aan het ordenen is, is hij niet bezig met onze maatschappij en levert hij geen bijdrage aan deze maatschappij. Een goede agent is er eentje die de mensen kent, ze aanspreekt op hun gedrag en met zijn correcte en corrigerende houding een voorbeeld is voor de mensen. Die door de kinderen aangekeken wordt en bewonderd, en ook door hun ouders! Nu is de agent iemand die kinderen kennen omdat hun ouders erover mopperen, over de jongste verkeersboete voor 10 km te hard of het fietsen zonder licht. Is dat de politie die ons moet beschermen? Nee!

Helaas is de politie niet het enige onderdeel van ons rechtssysteem waar ik mijn twijfels bij heb. Ook het woud aan regels en de juridisering van de rechtspraak is mij een doorn in het oog. Een leek kan zich niet adequaat verdedigen voor de rechtbank en een schuldige met een goede advocaat kan zich beroepen op ontsnappingsclausule 10.3.4.8a en loopt de volgende dag weer op straat, vrij en ongestraft. Hier gaat een verkeerd beeld van uit! Als misdaad ongestraft kan blijven, als rijkdom op onduidelijke wijze vergaard kan worden en getoond, als het erop lijkt dat misdaad loont, dan gaat er iets mis. En het omgekeerde is ook waar. Als rijkdom een burger kan beschermen van zijn verdiende loon (OJ Simpson, Kluivert), als geld het verschil uitmaakt tussen gestraft worden en onbestraft verder leven, dan is onze rechtspraak krom.

Zo gezegd, klinkt het alsof ik erg ongelukkig ben met onze samenleving. Dit is gelukkig niet zo! Onze samenleving barst van de goede bedoelingen en dat is ook waar ik iedere dag tegenop loop. Het gaat helemaal niet zo slecht, want de meeste mensen zijn te vertrouwen en ik hoef niet te vrezen voor mijn leven, of veel erger, voor mijn spullen. Nederland is wat dat betreft een mooi land. Als ik mijn fiets vergeet op slot te doen, als de sleutels een nacht in de voordeur steken, als ik mijn slaapkamerraam vergeet te sluiten, als ik mijn voorlichtje van mijn fiets vergeet te halen, in 99 van de 100 gevallen gaat het goed.

Laten we samen de maatschappij zo houden of zelfs iets mooier maken en help elkaar een beetje. Als de buurman zijn deur onopzettelijk heeft laten openstaan, sluit die dan af. Als iemands fietslampje brandt, zet die uit. Als iemand pech heeft onderweg, stop even en vraag of die hulp nodig heeft, dan doe je sowieso een goede daad. Zegt de persoon nee, dan heb je toch laten zien dat je om hem geeft en hem niet in de steek laat. Zegt hij ja, dan ben je een held. Jij kunt een held zijn en het zit 'em in de kleine dingen. Maak een praatje met de buren, wie weet komt eruit dat ze met een probleem zitten dat jij makkelijk voor ze kunt oplossen en zo nee, dan toon je betrokkenheid en creeer je gezelligheid.

De maatschappij, dat zijn wij. Laten we er samen iets moois van maken!

Superheld

Zojuist gezien: The Bourne Ultimatum. Een aanrader voor iedereen die van actiefilms houdt, met een leuke plot! De actie duurt de hele film en is origineel genoeg om ademloos naar te kijken. Niet dat alles klopt natuurlijk. In de metro op weg terug naar huis vielen mij ineens allerlei onwaarschijnlijke stukjes in het plot op. Maar tijdens de film zelf zit je op het puntje van je stoel.

Jason Bourne verslaat als een superheld alle slechterikken. En ondertussen spaart hij de onschuldigen, die schakelt hij geweldloos uit. Terwijl je naar de film kijkt, zie je Jason superheld zijn. En het lijkt niet eens zo onwaarschijnlijk, dat een mens dat kan. Even sneller zijn dan de anderen, hier een tikje, daar een tikje, vier man buiten westen. Goed overzicht hebben, in een werksituatie komt dat ook van pas en ik weet zeker dat mensen dat in het echt ook hebben.

Hoever ligt het superheldendom buiten ons bereik? Terwijl ik naar de film staar, droom ik weg en voel ik me ook een superheld. Trainen, trainen zal ik. Ik neem me voor om thuis op te gaan drukken, en te hardlopen, om sterker en sneller te worden dan de rest. Met inzet kan alles. Als een adrenalinestoot door je heen loeit en je de wil hebt om verder te gaan dan je ooit geweest bent, dwars door alle pijn heen, dan kun je dat, en kun je je zelf versteld doen staan. Ik ga dat doen! Ik ga ook als een Jason Bourne door het leven, ieder moment in staat om harder te rennen, ongeacht alle obstakels, en beter te vechten dan de rest. En ik ga ook een film schrijven die mensen zo'n gevoel kan geven van wauw, wat een film, ik voel mij sterk, ik ga de wereld veroveren. En zulke mooie muziek maken, dat kan ik ook, er is niemand die mij tegen kan houden. Dat denk ik allemaal als ik zo'n actiefilm zie.

Voor mij is een hardloper een superheld. Een Selassi, die een marathon loopt in 2 uur: reken maar uit, hij loopt 20 km/uur. Dat is toch ver boven het gemiddelde van de bankzitter, die haalt 8 km/u en houdt dat nog geen tien minuten vol. Met zijn training en geoefendheid is de hardloper als een superheld. Hij flitst voorbij en kan dingen die geen ander kan.

En dan over vechten. Een goede karateka kan makkelijk twee ongeoefende vechters aan, dat weet ik zeker. Als hij nu elke dag traint, waarom dan geen drie of vier. Een ongelukkig vliegende kogel, daar gaat hij nog steeds dood aan, we zijn geen Neos en kogels kunnen we niet ontwijken. Maar een vuistslag, jazeker ontwijkt hij die. Daar train ik elke week voor en 9 van de 10 keer ontwijk ik, blokkeer ik en geef ik een tegenstoot. Echt goede karateka's stampen je in elkaar, en ook je vrienden als je niet uitkijkt. Nee, dan is het handig als je hard weg kunt rennen.

Dus kunnen wij supermensen worden? Nee, niet in de zin van Neo die kan vliegen en kogels ontwijkt. En ja, wel in de zin van meer kunnen dan een ander, of dan je denkt. Als je een basketballer ziet springen en in de lucht ziet hangen, had jij het gedacht dat je dat kon? Als je ervoor traint kun je het. Train en wordt een supermens, het doel van de evolutie.