dinsdag 8 januari 2008

Robot

Een artikel in het NRC maakt een buitengewone indruk op me. De kop is Robot brengt sfeer in een kinderdagverblijf en het gaat over een robot die reactie vertoont op menselijk aanraking. De onderzoekers hebben verschillende dingen geprobeerd: het zwaaien zodra een peuter in zicht kwam werkte niet, want tegen die tijd keek de peuter alweer de andere kant op. Wat wel heel goed werkte en waarmee het opgelegde doel van 10 uur aandacht in 45 sessies van ieder 1 uur werd gehaald, was het gaan giechelen als de peuter een hand op de robothoofd legde.

De onderzoekers zullen erg tevreden zijn. "De fysieke omgang met een kleine robot-met-spiegel-reflex verschilt na een paar weken nauwelijks van de omgang met andere peuters." Ik schrik hiervan. De onderzoeker ziet het als een mooi speelgoed. Maar voor mij is het nep. De kinderen leren leven met een nepmens.

Zij hebben een kunstobject lief. Walgelijk. Wat is de zin hiervan? Dat we straks onze peuters niet meer met andere peuters hoeven op te zadelen, want we hebben een robot? Gezellig is dat. Menselijk contact is waardevol. Laten we dat niet zomaar aan de kant schuiven voor een robot.

Ondertussen doet de robot met bijna menselijke huid het ook aardig. Neem maar van mij aan dat de eerste robots die ingeburgerd raken, seksrobots zullen zijn. Het is net als met het VHS-systeem dat Philips uit de markt heeft gedrukt vanwege de seksfilms. Mannen zijn van nature seksbeluste wezens. Wie nu zichzelf bevredigt achter zijn computerscherm met een filmpje, kan zich straks uitleven op een bewegende, kreunende, misschien zelfs klaarkomende seksbot. Veek beter dan een pop. En wat zal die pop mooi zijn met cupmaatje dubbel-d en een perfect symmetrisch gezicht, ik word nu al bijna geil ervan. Mannen, pff, zwakke wezens zijn we.

Maar goed, het ging over bots en niet over seks. Even naar boven hebben onderzoekers bijna achterhaald hoe de opgetrokken wenkbrauw de spraak ondersteunt. Zomaar een zin: "Zoals de (toekomstige) virtuele docent die op het beeldscherm leerlingen bestraffend aankijkt als zij hun huiswerk niet hebben gemaild." Waar zijn we mee bezig? Vinden we het vanzelfsprekend om ons docentenkorps te vervangen door machines? Zijn we zo diep gezonken dat we onze kinderen niet meer de moeite waard vinden om persoonlijke aandacht te geven? Dat we het menselijk contact en de vader/moederfunctie van de leerkracht verwaarlozen, en hen willen vervangen door een computer? Dat wij als maatschappij geen geld meer steken in het onderwijs, het niveau laten dalen maar het ergste van alles, dat we de opvoeding van onze kinderen verkwanselen om onze eigen carrierebehoeftes na te streven, zonder te bekommeren om het waardevolste wat er is, ons nageslacht, onze soort?

Houden wij nog wel van onze kinderen?

Leven wij later als solisten in een zee van vertroetelende robots, verwend en verwaand als wij zijn, terwijl we onze behoeften laten bevredigen door gemakkelijke en meegaande objecten? Of kiezen we voor het avontuur, voor het onbekende, voor het verrassende, voor het menselijke, voor het soms moeilijke maar oh zo bevredigende met elkaar zijn, met elkaar leven, naar elkaar luisteren, elkaar bestuderend en elkaars behoeften aanvullen? Is dat niet ook heel mooi?

Vergeet al die robots, vergeet ook je computer, praat eens met een *echt* iemand.

Geen opmerkingen: